DES COURS EN FRANCE.

 

La Marmotte.

Deze wedstrijd heeft als startplaats Bourg d’Oisans en de finish is op l’Alpe d’Huez in de Franse Alpen. Hij is 174 km. lang en heeft een hoogteverschil van 5000 m.

De week voor de Marmotte was een week vol onzekerheden. Na de valpartij en de zware wedstrijd van de vorige week was ik behoorlijk vermoeid en aangeslagen geraakt. Mijn hele linkerbovenlichaam deed zeer en zat onder de blauwe plekken. De wond aan mijn linker elleboog viel wel mee. Daar had ik nog de minste pijn aan. Ook bleek dat ik een gekneusde rib aan de linkerkant had. Daar had ik het meest last van. De schaafwonden aan mijn bil en bovenbeen genazen snel. Na een paar dagen rust ben ik de woensdag voor de Marmotte weer op de fiets gekropen en kwam toen al snel tot de ontdekking dat alles zeer deed en dat ik onzeker was in de afdalingen. Ik ben toen de donderdag en de vrijdag voor de Marmotte iedere dag even wezen fietsen om de benen los te trappen en om zelfvertrouwen op te doen. Donderdag ben ik Alpe d’Huez opgefietst om mijn startnummer te halen. Ik heb dat op het gemak gedaan en het viel best mee. Op de dag van de Marmotte was het weer vroeg op. De start was om 7:15 uur en het weer zag er goed uit. Het was gelukkig niet zo koud zoals het andere jaren wel eens was. Gelukkig had ik weer een laag nummer gekregen. Er stonden zo’n 4500 deelnemers bij het vertrek.

Vanaf de start ging het zoals ieder jaar weer snoei hard. Rond de 50 km/uur. Met zo’n hele groep is dat oppassen voor valpartijen. En wat gebeurd er, ja hoor een valpartij. En wie zat er weer bij, ik dus!!

De schade viel mee, ik zat met mijn stuur in het achterwiel van mijn voorganger maar ik kon net op de been blijven. Nadat ik mijn stuur weer recht gezet had bleek ook de ketting eraf te liggen. Maar ik kon mijn weg toch weer vervolgen.

Ik was door die valpartij wel uit de voorste rijen weg, maar dat maakte niet zoveel uit, want toen de klim van de Col de La Croix de Fer (2068 m.) begon wist ik al hoe het voor stond. Ik had totaal geen macht in mijn benen en moest meteen 39X25 gaan rijden. Ik heb me toen voorgenomen om mezelf niet druk te maken en zien te overleven deze dag. Het weer begon wat te veranderen, de zon begon langzaam te verdwijnen en de lucht trok steeds verder dicht. Op de top van de col voelde ik me redelijk fit en nadat ik mijn stuur nog een keer recht gezet had ben ik aan de afdaling begonnen. Ik was gelukkig niet onzeker dus kon daarom redelijk ontspannen afdalen. Nou staat de afdaling van Croix de Fer bekend als een gevaarlijke afdaling, maar ik had er gelukkig niet veel moeite mee.

Dat kwam ook wel omdat ik geen risico’s genomen had. De weg tussen St. Jean de Maurienne en St. Michel de Maurienne is altijd lastig, omdat die heel langzaam omhoog loopt. Je kunt daar wel goed doorrijden als je in een groep zit en goede benen hebt. Ik zat wel in een groep, maar had geen goede benen. Dus ik werd uit groep gereden en kwam alleen te zitten. Vlak voor St. Michel de Maurienne kwam er weer een groep me achterop en ik kon daar gelukkig wel bij aansluiten. In die groep zat ook Jean-Claude. Ik moest nu wel bij hem in de buurt blijven om mijn plaats in het algemeen klassement veilig te stellen. In de klim van de Col du Telegraphe (1570 m.) bleek al snel dat ik beter omhoog reed dan Jean-Claude, maar het is een taaie, dus ik moest op blijven passen! Ook op deze col reed ik meteen weer 39X25 omdat het gewoon niet beter ging. Mijn drinken begon op een gegeven moment op te raken en ik had er rekening mee gehouden dat er boven op de col water of zoiets was. Maar wat er andere jaren wel was, was er nu niet. Geen drinken dus. Nu moest ik wachten tot 3 km. buiten Valloire in de beklimming naar de Col du Galibier (2645 m.). In Valloire begon het een beetje te regenen en in de richting van de Galibier zag het er helemaal onheilspellend uit. Bij de ravitaillering heb ik snel een warme thee gedronken, wat op dat moment erg lekker was, want het begon koud te worden. Nadat ik mijn bidon weer gevuld had en weer opgestapt was zag ik Jean-Claude weer langs komen. Hij riep me dat het nog zo ver en zwaar was. Dat wist ik natuurlijk wel, want het was niet de eerste keer dat ik de Marmotte reed! In de klim naar de Galibier kwam Erik Keeris mij voorbij. Hij heeft even met me zitten praten en zei me dat het hem behoorlijk tegen viel. Vlak voor de top moest ik even van de fiets, want ik was helemaal leeg.

Na een paar minuten ging het weer en ben toen naar de top gereden. Het regende gelukkig niet meer en de afdaling was daarom niet zo gevaarlijk. Halverwege de afdaling naar de voet van Alpe-d’Huez kwam Jean-Claude me weer achterop. Nu moest ik hem weer kwijt zien te raken. Toen ik La Grave door was schoot plotseling mijn voorrem los en kwam boven op mijn stuur te liggen. Ik schrok me rot natuurlijk. Het moertje van de rem was los getrild en verdwenen.

Oei, nu had ik alleen nog maar een achterrem. Gelukkig waren de steilste afdalingen geweest, maar het bleef uitkijken natuurlijk. Jean-Claude kwam op een gegeven naast me rijden en zei tegen me dat hij onderaan Alpe-d’Heuz zou stoppen om zijn valhelm aan zijn vrouw te geven. Ik zou niet stoppen, want ik had gezien dat ik nog goud kon rijden als ik niet teveel tijd nodig had voor Alpe-d’Heuz. Daarna heb ik hem niet eerder gezien dan nadat hij ruim achter mij over de streep kwam. Ik kwam Alpe-d’Huez nog vrij goed op, ondanks de onmacht in mijn benen. Het was trouwens weer bloedheet geworden in de beklimming naar de aankomst, waar ik nou niet bepaald op zat te wachten! Maar wat me alle jaren hiervoor niet gelukt was, was me nu wel gelukt. Ik had een tijd gereden (8:46 uur) die goed was voor goud!! Ik had dit zeker vandaag niet verwacht, want ik reed duidelijk een stuk minder als een paar weken geleden. Het wordt nu dan ook tijd om eens wat gas terug te nemen. Ik ga wat rust nemen en wat wedstrijden laten schieten. Ook moet ik weer wat aan mijn gewicht gaan doen, want dat is te laag geworden. Dat wordt dus allerlei lekkere dingen eten en snoepen!!!!

C’est la Vie. Jan.